
Van bespreekbaar naar vanzelfsprekend: mentale gezondheid in organisaties
Waarom mentale gezondheid vaak blijft hangen in goede intenties
Mentale gezondheid is in veel organisaties geen taboe meer. Het onderwerp staat op de agenda, er wordt over gesproken en leidinggevenden geven aan dat er ruimte is voor het gesprek. Toch blijft het in de praktijk vaak zoeken. Want hoewel de intentie er is, wordt mentale gezondheid nog lang niet overal een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks werk. In de praktijk blijkt mentale gezondheid op de werkvloer vaak wel bespreekbaar, maar nog onvoldoende structureel ingebed in hoe organisaties werken, aansturen en keuzes maken.
Tussen intentie en dagelijkse praktijk
Dit spanningsveld kwam duidelijk naar voren in mijn recente onderzoek naar mentale gezondheid in organisaties. Vanuit Esther Empower Coaching, mijn studie Toegepaste Psychologie en mijn persoonlijke betrokkenheid bij dit thema heb ik een verkennende vragenlijst uitgezet onder HR-professionals, leidinggevenden, directieleden en preventie- en vertrouwensfuncties. Niet om organisaties te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hoe mentale gezondheid in de dagelijkse praktijk wordt beleefd en georganiseerd.
De uitkomsten laten zien waar veel organisaties nu staan: mentale gezondheid is vaker bespreekbaar, maar nog niet structureel verankerd. Het rapport biedt daarmee geen oordeel, maar een realistische weergave van ervaringen en patronen zoals die door deze groep professionals zijn benoemd (zie rapport, inleiding en samenvatting, pagina 2–3). Het volledige rapport is
hier te lezen.
Bespreekbaar betekent nog niet vanzelfsprekend
Uit het onderzoek blijkt dat mentale gezondheid in veel organisaties inmiddels bespreekbaar is. Respondenten ervaren ruimte om te praten over stress en mentale belasting, bijvoorbeeld in teamoverleggen of voortgangsgesprekken. Dat is een belangrijke ontwikkeling.
Tegelijkertijd laat het rapport zien dat deze aandacht in de praktijk vaak reactief is. Mentale gezondheid krijgt vooral aandacht wanneer problemen zichtbaar worden, en minder als vast onderdeel van het dagelijks werk. Structurele en preventieve borging ontbreekt in veel organisaties (zie rapport, samenvatting en thema huidige aandacht voor mentale gezondheid, pagina 3 en 5).
Mentale gezondheid wordt daarmee benoemd, maar nog niet vanzelfsprekend meegenomen in hoe werk wordt ingericht en beoordeeld.
Goede intenties, wisselende praktijk in organisaties
Een terugkerend patroon in het rapport is dat aandacht voor mentale gezondheid sterk afhankelijk is van individuele inzet. Van een betrokken leidinggevende, een alerte HR-professional of een bevlogen preventiemedewerker.
Dat maakt de aanpak kwetsbaar. Waar de ene leidinggevende ruimte biedt voor het gesprek, gebeurt dat bij de andere nauwelijks. Medewerkers ervaren daardoor duidelijke verschillen tussen teams en afdelingen binnen dezelfde organisatie. Mentale gezondheid is daarmee geen collectief gedragen onderdeel van de organisatiecultuur, maar iets dat per context verschilt (zie rapport, thema huidige aandacht voor mentale gezondheid, analyse, pagina 5).
Zolang mentale gezondheid niet is verankerd in beleid, werkprocessen en overlegstructuren, blijft het afhankelijk van personen. En wat afhankelijk is van personen, verdwijnt gemakkelijk naar de achtergrond wanneer de druk toeneemt.
Van praten naar dagelijks doen op de werkvloer
Wat opvalt, is dat veel organisaties al initiatieven hebben. Workshops, coaching, vitaliteitsdagen en ondersteuning zijn breed aanwezig. Toch blijkt uit het onderzoek dat deze inzet vaak losstaat van het dagelijks werk.
Mentale gezondheid wordt dan iets extra’s. Iets wat je erbij doet, in plaats van iets wat verweven is met hoe er gewerkt wordt. Respondenten geven juist aan dat mentale gezondheid vanzelfsprekender wordt wanneer het regelmatig terugkomt in bestaande structuren, zoals overlegmomenten, ontwikkelgesprekken en dagelijkse afwegingen (zie rapport, thema persoonlijke inzichten, pagina 10).
Het rapport laat zien dat de grootste kans niet zit in nieuwe interventies, maar in integratie. Mentale gezondheid onderdeel maken van functioneren, samenwerking en leiderschap, net zo vanzelfsprekend als fysieke gezondheid (zie rapport, overkoepelende eindconclusie, pagina 11).
Vanzelfsprekend vraagt andere keuzes
De stap van bespreekbaar naar vanzelfsprekend vraagt geen perfect beleid of groots programma. Het vraagt consistente keuzes. Herhaling. en voorbeeldgedrag. En de bereidheid om mentale gezondheid niet alleen te benoemen, maar ook mee te laten wegen in hoe werk wordt ingericht.
Dat betekent niet dat alles rustig moet zijn of dat er geen druk mag bestaan. Het betekent wel dat signalen serieus worden genomen, voordat ze uitgroeien tot problemen. En dat mentale gezondheid niet pas aandacht krijgt als het misgaat, maar onderdeel is van hoe organisaties dagelijks werken.
Dit onderzoek laat zien dat mentale gezondheid in organisaties pas vanzelfsprekend wordt wanneer het structureel is ingebed in leiderschap, cultuur en het dagelijks werk.
Afsluiter met een knipoog
Veel organisaties zijn al een heel eind. Ze praten erover, ze willen het goed doen en ze zoeken naar wat past. Misschien zit de volgende stap niet in nóg een initiatief, maar in iets eenvoudigers: mentale gezondheid behandelen alsof het er net zo gewoon bij hoort als koffie en overleg.
Wie niet alleen wil begrijpen hoe we omgaan met spanning en omstandigheden, maar ook wil ervaren hoe schakelen en herstel werken, leest hier meer over een ervaringsgerichte aanpak.
Lees ook
Waarom stress bij het leven hoort









